22 april 2011, Willem Mulder

Wet uniformering loonbegrip - van uitstel komt afstel

Al jaren bestaan er twee systemen voor het verwerken van historische correcties in de salarisadministratie, de loon-in en de loon-over methode. Bij loon-in wordt uitgegaan van het moment van genieten, de daadwerkelijke uitbetaling dus. Als er bijvoorbeeld in april een CAO-verhoging van €10 wordt toegekend vanaf januari, dan wordt het loon vanaf april €10 hoger en wordt er een in april een extra bedrag toegekend van €30. Deze methode wordt beschreven in de wet op de loonbelasting uit 1964 waar wordt bepaald dat loon moet worden geadministreerd in het tijdvak waarin het wordt genoten.

In de praktijk wordt echter ook het loon-over-principe toegepast. Loon-over houdt in dat loon wordt toegerekend aan de periode waarop het betrekking heeft. In het voorgaande voorbeeld zouden dus de loonbedragen over de maanden januari tot en met maart met terugwerkende kracht aangepast worden. Uitbetalen in voorliggende maanden is uiteraard niet mogelijk en de financiële consequentie voor de werknemer is (zo lang je binnen een fiscaal jaar blijft) gelijk. Voor de administratie van UWV en Belastingdienst betekent dit echter dat een eerdere opgaaf gecorrigeerd moet worden.

Vanaf de introductie van de Wet Administratieve Lastenverlichting en Vereenvoudiging Sociale verzekeringswetten (Walvis) wordt er door de wetgever gestreefd naar het toepassen van het loon-in-principe als eenduidige loonaangifte richting UWV en Belastingdienst (dus handelen conform de Wet IB 1964). Dat had natuurlijk gelijk bij de introductie van Walvis geregeld moeten worden, maar onder dwang van instellingen, bedrijven en ook softwareproducenten werd de mogelijkheid opgenomen om wijzigingen met terugwerkende kracht (binnen één kalenderjaar) in de "polisadministratie" van het UWV door te voeren, waarmee het loon-over principe dus formeel werd toegestaan.

Na de aanname van Walvis werd gestart met nader onderzoek naar de voor- en nadelen beide systemen met als doel om te komen tot één systeem van loonadministratie met zo veel als mogelijk aansluiting tussen de werkelijkheid, de salarisstrook en de verwerking in de loonaangifteketen van Belastingdienst en UWV (lees: loon-in). Loon-in zou als het enige toegestane systeem worden opgenomen in de Wet uniformering loonbegrip, de wet die een einde moet maken aan de meeste verschillen in de loonbegrippen voor de loonheffing, de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. De inwerkingtreding van deze wet is enkele malen uitgesteld en het accepteren van aangifte volgens het loon-over-principe telkens met een jaar verlengd.

Uit het Rapport gebruik, bruikbaarheid en herkenbaarheid van de polisgegevens is naar voren gekomen dat er een stabiele situatie is ontstaan in de aangifteketen.

Het aantal materieel relevante correcties (meer dan 1 euro verschil) bedroeg in 2009 3,25 miljoen berichten. Op een totaal van 216 miljoen berichten is dit “slechts” 1,5%. Het totaal aantal correctieberichten bedroeg in 2009 41% van het totaal (88 miljoen berichten) en dat is veel beter dan de 112% in 2007, maar het is best nog veel.

Vandaar dat de Belastingdienst en het UWV wel blijven werken aan het terugdringen van het totale aantal correcties.

Voor De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en De Staatssecretaris van Financiën was de voortuitgang echter voldoende om te besluiten de loon-in en de loon-over methode naast elkaar toe te staan. En zo komt van uitstel afstel.

En eigenlijk is dan best wel jammer voor de pensioenadministratie. Want als voor de administratie van de regeling, zoals in veel gevallen, eveneens gebaseerd wordt op het loon-over principe leiden correcties in het verleden tot terugwerkende kracht mutaties in de pensioenadministratie. En dat aantal zal hoger liggen dan bij UWV en de Belastingdienst, omdat bij de vaststelling van het pensioengevend salaris meestal geen ondergrens voor materiële relevantie van het doorvoeren van een wijziging is opgenomen.

Bij een DB-regeling of DC-regeling met directe aankoop van pensioen leidt dit uiteraard tot een hoop extra rekenwerk en administratief gedoe, maar bij premieovereenkomst gebaseerd op beleggingsrendement (DC of PPI) slaat het echt nergens op. Net als dat een historische overboeking van het salarisverschil onmogelijk is, is het ook niet mogelijk om met terugwerkende kracht rendement te genereren.

Uiteraard staat niets in de weg om de salarisadministratie vrijwillig te baseren op een loon-in principe of in ieder geval in de pensioenregeling op te nemen dat correcties in de maand van verrekening worden verwerkt in de pensioenadministratie. Daarmee zal niet de volledige 10% besparing op administratiekosten gerealiseerd worden die het AFM heeft aangetroffen bij een pensioenuitvoerder die de hele salarisadministratie naar zich toe heeft getrokken (zie: Rapport "Kosten pensioenfondsen verdienen meer aandacht"), maar een besparing is zeker te realiseren.