23 februari 2010, Gerben Burgmans

AOW – het einde nabij?

De overheid, sociale partners en de rest van de Nederlandse maatschappij tuimelen over elkaar heen in de discussie over het voortbestaan en vorm van de AOW. Hoelang werken we nog door alvorens we AOW krijgen? Wie gaat wat en wanneer betalen? Wanneer verdwijnt de partnertoeslag? Heb ik nu wel of geen zwaar beroep? Wat krijg ik straks als ik een tijdje in het buitenland ga wonen? Allemaal relevante vragen die de hele discussie onoverzichtelijk maken. Laten we eens terugkeren naar de kern en de historie van de AOW.

Willem Drees kwam in 1947 met “de Noodvoorziening voor Ouden van Dagen”. Tien jaar later kreeg deze voorziening de naam Algemene Ouderdoms Wet en voorzag in de eerste primaire levensbehoeften voor 65-ers. In de jaren zeventig volgde enkele structurele verhogingen om het niveau op te trekken tot een acceptabel welvaartsniveau. In de jaren tachtig kwamen de eerste scheurtjes in de AOW al aan het licht. Het welvaartsniveau werd losgelaten en de AOW werd gekoppeld aan het minimumloon. Door de economische neergang bevroor het minimumloon en dus ook de AOW. Een belangrijk effect, naast de daling in koopkracht van ouderen, had deze bevriezing op de 2e pijler pensioenen (via werkgever). Doordat deze pensioenen veelal gekoppeld waren aan de hoogte van de AOW werd het ontstane gat gedicht via dit werkgeverpensioen. Niet lang na deze eerste breuklijn werd duidelijk dat het financieren van de AOW in de toekomst een probleem zou worden. De samenleving vergrijst en ontgroent. Er komen steeds meer ouderen en minder jongeren, meer uitkeringstrekkers en minder premiebetalers. De 1e maatregelen werden dan ook al medio “90 getroffen. De partnertoeslag, AOW voor jongere partner, verdwijnt in 2015. Daarnaast zou er een buffer worden aangelegd uit de schatkist, betaald uit economische groei.

Door de kredietcrisis zijn de buffers verdampt en is er een (groeiend) begrotingstekort ontstaan. Met man en macht wordt er nu gezocht naar oplossingen om de AOW betaalbaar en toekomstvast te houden. Maken we echter niet uit de geschiedenis op dat de AOW niet meer van deze tijd is? Houden we vast aan het oude vertrouwde of gaan we voor verandering?

Wij denken dat het tijd is om het stelsel te herzien. Maak van de AOW een ‘noodvoorziening’ voor degene die niet voldoende inkomen hebben op de AOW gerechtigde leeftijd. Geef sociale partners de ruimte en verantwoordelijkheid om een systeem te ontwikkelen waarin de 1e en 2e pijler samen een adequaat pensioen vormen. De 2e pijler is namelijk direct of indirect, via de franchise, gekoppeld aan de AOW. Een efficienter en flexibeler systeem kan het gevolg zijn.

Vadertje Drees werd bijna 102 jaar oud, hij heeft dus zelf in ieder geval lang mogen genieten van zijn kindje. Door terug te keren naar de oorsprong (een noodvoorziening) heeft dit kindje wellicht nog een lang leven voor zich.